Geplande wijzigingen Belastingplan 2020

#

Op Prinsjesdag is het Belastingplan 2020 gepresenteerd. Hieronder vindt u de belangrijkste (voorgenomen) wijzigingen, waarvan de meeste wijzigingen al per 1 januari 2020 in werking treden.

Inkomstenbelasting

  • Snellere invoering tweeschijvenstelsel

De invoering van het tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting wordt vervroegd ingevoerd, waardoor per 1 januari 2020 wordt gerekend met een basistarief van 37,35% tot een inkomen van maximaal € 68.507 en voor inkomens daarboven met een toptarief van 49,5%. Voor AOW-gerechtigden is het belastingtarief lager.

In 2021 zal het basistarief worden verlaagd naar 37,1%.

  • Verlaging zelfstandigenaftrek 

Om het verschil in de fiscale behandeling tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen, wordt de zelfstandigenaftrek in acht jaarlijkse stappen van € 250 en één stap van € 280geleidelijk afgebouwd tot € 5.000 in 2028. De zelfstandigenaftrek komt dan uit op twee derde van het huidige niveau. De arbeidskorting wordt daarentegen verhoogd, waardoor verwacht wordt dat zelfstandigen er nog steeds op vooruit zullen gaan. 

  • Afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven

De fiscale aftrekpost voor scholingsuitgaven in de inkomstenbelasting wordt op termijn afgeschaft en vervangen door een individuele subsidieregeling genaamd STAP-budget (Stimulans van de Arbeidsmarktpositie), voor natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt. De fiscale aftrek voor scholingsuitgaven blijkt een lastig uitvoerbare regeling en vooral mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt maken hier door de huidige wijze van voorfinanciering weinig gebruik van.

Het STAP-budget kan door zowel werkenden als niet-werkenden online aangevraagd worden en na goedkeuring van de aanvraag wordt het budget uitbetaald aan de opleidingsinstelling, waarna de aanvrager met de opleiding kan starten.

De datum van inwerkingtreding van de subsidieregeling is nog niet bekend. In 2020 kan in ieder geval nog gebruik worden gemaakt van de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven. 

Vennootschapsbelasting

  • Hoge tarief vennootschapsbelasting niet verlaagd

Anders dan eerder werd beoogd, wordt het hoge tarief van de vennootschapsbelasting in 2020 niet verlaagd. Het tarief blijft 25% voor winsten vanaf €200.000. Het basistarief voor winsten tot en met 
€ 200.000 bedraagt in 2020 16,5% (in 2019 is het basistarief 19%).

Verder gaat het hoge tarief in 2021 wel omlaag, maar 1,2% minder dan eerder was aangekondigd. Het tarief in 2021 op winsten vanaf € 200.000 wordt 21,7%. Het basistarief in 2021 bedraagt 15%.

  • Aanpassing van de belastingrente voor de vennootschapsbelasting 

Bij de vennootschapsbelasting wordt per 1 januari 2020 geen belastingrente meer in rekening gebracht als de aangifte wordt ingediend vóór de eerste dag van de zesde maand na het tijdvak waarover de belasting wordt geheven én de ingediende aangifte juist is. Bij een aangiftetijdvak van een kalenderjaar is dit voor 1 juni van het opvolgende jaar. 

  • Liquidatie- en stakingsverliesregeling gewijzigd

De huidige liquidatie- en stakingsverliesregeling, die het mogelijk maakt om verliezen die bedrijven lijden als een bedrijfsactiviteit of dochteronderneming in het buitenland stopt, af te trekken van de winst die deze bedrijven in Nederland maken, zal vanaf 2021 worden aangepast. Het is dan nog maar beperkt mogelijk om deze buitenlandse liquidatie- en stakingsverliezen met de Nederlandse winst te verrekenen, waardoor meer belasting zal moeten worden betaald.

  • Betalingskorting voor de vennootschapsbelasting wordtafgeschaft

Bedrijven die de vennootschapsbelasting in één keer voldoen, krijgen vanaf 1 januari 2021 niet langer een betalingskorting op de verschuldigde vennootschapsbelasting.

Overige maatregelen

  • Verlengen uiterste moment aangifte en afdracht eindheffing WKR

Het moment waarop een werkgever de verschuldigde eindheffing in verband met het overschrijden van de vrije ruimte in de werkkostenregeling aan moet geven en af dient te dragen, wordt verlengd. 

De aangifte van de eindheffing dient vanaf kalenderjaar 2020 uiterlijk met de aangifte over het tweede aangiftetijdvak van het volgende kalenderjaar te worden gedaan, zodat werkgevers meer tijd krijgen om de verschuldigde eindheffing vast te stellen.

  • Bijtelling fiets van de zaak 7%

De fiscale fietsregeling voor de bijtelling van de fiets van de zaak wordt versimpeld om fietsen naar werk aantrekkelijker te maken. De waarde van het privévoordeel van de fiets van de zaak wordt vanaf 1 januari 2020 forfaitair vastgesteld op 7% van de consumentenadviesprijs (nieuwwaarde) van de fiets. Indien de fiets ter beschikking staat voor woon-werkverkeer,dient de bijtelling in ieder geval te worden berekend. 

Het is niet van belang om wat voor soort fiets het gaat. De regeling is bijvoorbeeld ook van toepassing op ter beschikking gestelde e-bikes en speed pedelecs.

  • Hogere bijtelling elektrische auto’s

De korting op de bijtelling van emissievrije auto’s wordt met ingang van 2020 verlaagd om overstimulering van verkoop te voorkomen. De korting op de bijtelling voor deze auto’s wordt in 2020 verlaagd tot 14% (thans is de korting 18%), waardoor de bijtelling uitkomt op 8%. De korting wordt verder geleidelijk afgebouwd tot 0% vanaf 1 januari 2026. 

Daarnaast wordt ook de cap (het gedeelte van de catalogusprijs waarover de korting wordt berekend) verlaagd tot € 45.000 in 2020 en tot € 40.000 in 2021 (de cap is thans € 50.000). Over het meerdere geldt het reguliere tarief van de bijtelling, namelijk 22%.

  • Tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen verhoogd met 1%

Om het bedrijfsleven mee te laten betalen aan het Klimaatakkoord, wordt het tarief van de overdrachtsbelasting voor niet-woningen, zoals bijvoorbeeld bedrijfsgebouwen en -ruimten,  met ingang van 1 januari 2021 van 6% verhoogd naar 7%.

  • Aanpassing van de belastingrente voor de erfbelasting

De belastingrente voor de erfbelasting wordt per 1 januari 2020 niet langer in rekening gebracht indien het verzoek om een voorlopige aanslag erfbelasting of de aangifte erfbelasting is ontvangen binnen de geldende aangiftetermijn en de (voorlopige of definitieve) aanslag erfbelasting wordt vastgesteld conform dat verzoek of de aangifte. 

De erfbelasting is dan pas verschuldigd als de aangiftetermijn is verstreken.