Werknemers met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt

Wet tegemoetkomingen loondomein

De wet tegemoetkoming loondomein introduceert een tegemoetkoming in de loonkosten aan werkgevers en vervangt de huidige premiekortingen voor ouderen en arbeidsgehandicapten. Werkgevers moeten door deze wet gestimuleerd worden om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen.

Lage-inkomensvoordeel (LIV)

Het deel van de Wet dat ziet om het lage-inkomensvoordeel (hierna: LIV) is in werking getreden op 1 januari 2017. Het LIV is een loonkostenvoordeel voor werkgevers die werknemers met een relatief laag loon in dienst hebben.

U hebt recht op het LIV voor elke werknemers die voldoet aan de volgende voorwaarden:
– de werknemer heeft een gemiddeld uurloon van minimaal 100%-110% en maximaal 110%-125% van het wettelijk minimumloon voor werknemers van 23 jaar en ouder;
– hij heeft ten minste 1.248 verloonde uren per jaar
– en heeft AOW-leeftijd nog niet bereikt.

Het LIV wordt na afloop van het kalenderjaar automatisch aan werkgevers uitbetaald die aan de voorwaarden voldoen. De Belastingdienst bepaalt aan de hand van de ingediende loonaangiften op hoeveel voordeel u recht heeft. Hierbij wordt gekeken naar het jaarloon en de verloonde uren van de werknemer.

Loonkostenvoordelen (LKV’s)

Met ingang van 1 januari 2018 vormt de Wet tevens het bestaande stelsel van premiekortingen voor oudere uitkeringsgerechtigden en mensen met een arbeidsbeperking om tot loonkostenvoordelen (hierna LKV’s). Dit is een tegemoetkoming, een vast bedrag per verloond uur met een jaarmaximum, uitbetaald aan werkgevers.
Voor het recht op een LKV is een doelgroepverklaring van het UWV vereist. Zodra de werkgever beschikt over een doelgroepverklaring dient een indicatie voor een LKV in de loonaangifte te worden aangevinkt. Hiermee verzoekt de werkgever formeel om in aanmerking te komen voor een LKV. Een LKV geldt maximaal 3 jaar.

Voor de lopende premiekortingen oudere werknemers en premiekorting arbeidsgehandicapte werknemers bestaat overgangsrecht. Het uitgangspunt is dat deze worden omgezet in een LKV voor de resterende periode. Indien er zes maanden voorafgaand aan de dienstbetrekking tussen werknemer en werkgever reeds een dienstbetrekking bestond bestaat er geen recht op een LKV.

Anticumulatiebeginsel

Samenloop tussen de verschillende tegemoetkomingen is uitgesloten. Het recht op tegemoetkoming wordt dan gemaximeerd op het bedrag van de hoogste tegemoetkoming voor deze werknemer. Aangezien de LKV’s pas op 1 januari 2018 in werking treden, zullen in 2017 naast de LIV de huidige premiekortingen nog van toepassing zijn. In het overgangsjaar 2017 zal de samenloop tussen de huidige premiekortingen en het LIV dus nog wel mogelijk zijn.